Home arrow onderzoek arrow Dyslexie
Dyslexie | Print |

 

  • Oorzaak van dyslexie
    Dyslexie komt voor bij circa 5% van de bevolking. Dyslexie kan erfelijk zijn. Ook kan dyslexie een generatie overslaan. Volgens meerdere onderzoekers heeft dyslexie te maken met afwijkingen in de taalcentra van onze hersenen. Microscopisch kleine afwijkingen zouden zorgen voor problemen met het verwerken van klanken en het snel herkennen van vormen. 

 

  • Herkennen van dyslexie
    Kinderen met dyslexie hebben hardnekkige lees- en/of spellingproblemen. Dyslectische kinderen lezen trager en maken meer fouten dan hun leeftijdsgenoten. Zij hebben moeite met het vinden van de juiste (groep) letter(s) die hoort bij een klank. Deze kinderen kunnen het lezen en/of spellen moeilijk automatiseren. Automatiseringsproblemen worden ook gezien bij bijvoorbeeld het aanleren van liedjes, kleuren, tafels. 

 

  • Begrijpend lezen
    Kinderen hebben zoveel moeite om de tekst te decoderen, dat ze geen energie meer overhouden om zich te richten op de inhoud van de tekst. Geadviseerd wordt om begrijpend leesteksten voor de les te laten lezen. Dit kan met een ander kind, met de leerkracht of met de remedial teacher. Eventueel kan de tekst daags tevoren thuis worden gelezen. Ook zijn er methodes, die de tekst op een cd hebben staan. Doordat het kind de tekst al een keer gelezen/gehoord heeft, kan de energie zich beter richten op de inhoud van de tekst. 

 

  • Definitie dyslexie
    Uitgangspunt voor het vaststellen of er sprake is van dyslexie is de definitie van Stichting Dyslexie Nederland (2003): “Dyslexie is een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en het accuraat en/of vlot toepassen van het lezen en/of het spellen op woordniveau”. Er wordt van dyslexie gesproken als:

         De lees- en/of spellingsvaardigheid significant afwijkt van wat verwacht mag worden op basis van leeftijd, intelligentie en scholing.

         De lees- en/of spellingsproblemen ernstig interfereren met de schoolvorderingen of met activiteiten in het dagelijks leven die leesvaardigheid vragen. 

 

  • Vaststellen van dyslexie
    Het constateren van een aantal kenmerken is nog niet voldoende om een diagnose te kunnen stellen. Er kunnen zich meerdere of andere moeilijkheden voordoen: Er bestaan ernstige vormen van dyslexie. Deze worden over het algemeen wel herkend, maar er bestaan ook mildere vormen van dyslexie. Sommige kinderen zijn in staat hun dyslexie zodanig te compenseren, dat deze moeilijk te herkennen is. Er zijn tal van andere oorzaken waardoor kinderen niet tot lezen en/of spellen komen. Bijvoorbeeld een kind met beperkte mogelijkheden of gedragsproblemen, of een kind dat weinig of slecht onderwijs heeft gehad. Onderzoek naar dyslexie dient te gebeuren door een gespecialiseerde GZ-psycholoog of orthopedagoog. 

 

  • Wel of geen diagnose
    Niet altijd kan de diagnose dyslexie vastgesteld worden. Dit kan voorkomen: wanneer het probleem van de hardnekkigheid niet vastgesteld kan worden of wanneer het niveau van lezen en spellen niet voldoet aan geldende criteria. Indien een kind nog jong is, kan een zogenoemde duurdiagnose worden gesteld. Dat betekent dat geadviseerd wordt om het kind te behandelen alsof er sprake is van dyslexie, maar dat het eindonderzoek om tot een diagnose te komen pas na bijvoorbeeld twee jaar wordt gedaan. Ook bij twijfel aan de leesvorderingen van een kind is het verstandig een onderzoek af te laten nemen. Veelal kan dan die extra instructie en extra hulp geadviseerd worden wat voor dit kind het meest geschikt is. Hoe eerder leesproblemen worden aangepakt, hoe groter de kans op succes zal zijn. Wordt de diagnose dyslexie gesteld, dan wordt een dyslexieverklaring afgegeven. Deze heeft een onbeperkte geldigheidsduur. 

 

  • Onderzoeksmiddelen
    Bij het onderzoek naar dyslexie kan gebruik worden gemaakt van de volgende onderzoeksmaterialen:
    DMT: Drie Minuten Toets
    Brus: één-minuutleestest
    Klepel lezen van pseudo-woorden
    AVI-kaarten: lezen van teksten
    PI-woorddictee: spelling
    Letterkaarten: letters en clusters
    In de fase van het aanvankelijk leesonderwijs kan gebruik worden gemaakt van de DTLAS: Dit bevat ook een aantal voorwaarden die van invloed zijn op het technisch leren lezen. Naast deze onderzoeksmiddelen is het belangrijk te weten wat de intelligentie van een kind is en hoe de intelligentie is opgebouwd. Op verzoek van de ouders kan aanvullend een onderzoek naar intelligentie worden afgenomen.

 

  • Begeleiding en behandeling
    Voor veel kinderen kan begeleiding en behandeling op school plaatsvinden. Door de onderzoeker kunnen begeleidingsadviezen gegeven worden. Voor een aantal kinderen kan tijdelijk meer gespecialiseerde hulp nodig zijn. Voor een goede behandeling is samenwerking tussen ouders, leerkracht/school en de hulpverlener noodzakelijk. 

 

  • Verwachtingen
    Dyslectische kinderen hebben het niet makkelijk. Een gericht aanpak op basis van reële verwachtingen, met oog voor het welbevinden van het kind, kan veel teleurstellingen voorkomen.