Home arrow onderzoek arrow ADHD
ADHD | Print |

 

De aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (Attention Deficit Hyperactivity Disorder, ADHD) vormt een ernstige en duurzame stoornis van de psychische ontwikkeling als gevolg van een hoge mate van ongeconcentreerd, rusteloos en impulsief gedrag” (Taylor, e.a. 1998, In: Richtlijn diagnostiek en behandeling ADHD, 1999). *

* ADHD komt bij 3– 5% van de kinderen voor.

 

 De DSM IV onderscheidt 3 kernproblemen, die bij kinderen en volwassenen voorkomen:

  • Aandachtsproblemen:
    Om binnenkomende prikkels te selecteren en in het geheugen op te slaan is aandacht nodig. Er zijn sterke vermoedens dat het bij ADHD niet zozeer mis gaat bij het richten of selecteren van de aandacht, maar vooral bij het volhouden van de aandacht en de aandacht die nodig is bij de reactie op de prikkel. ADHD-ers hebben een gebrek aan zelfcontrole. De remfunctie van de hersenen op de prikkelverwerking werkt onvoldoende.

 

  • Impulsiviteit:
    Ze doen, voordat ze nadenken over de gevolgen. Ze worden overspoeld door een opkomende prikkel (bijvoorbeeld de behoefte om iets te vragen), ze hebben moeite met plannen (bijvoorbeeld “wanneer kan ik dat het beste vragen?”), ze hebben de behoefte zichzelf volledig centraal te stellen en de neiging zich te weinig te verplaatsen in wat de behoeftebevrediging voor de ander betekent.



  • Hyperactiviteit:
    Ze voelen dit zelf als onrust van binnen. Ze kunnen niet gewoon stilzitten. Het verwarrende is dat ze niet altijd druk of snel afgeleid zijn. Men onderscheidt 3 subtypen

    Het type met overwegend aandachtsstoornissen.
    Het type met overwegend impulsiviteit en hyperactiviteit (alleen hyperactiviteit is geen ADHD).
    Het gecombineerde type; à komt het meeste voor, ongeveer 90%.  

 

 

  • Onderzoek/diagnostiek
    De Glazen Roos kan een rol spelen binnen de eerste signalering en diagnose. Dit kan leiden tot het uitspreken van het vermoeden van ADHD of het vaststellen van ADHD als er geen twijfel bestaat. ADHD is een gedragsdiagnose, d.w.z. dat de stoornis vooral te herkennen is aan een aantal gedragskenmerken. Het diagnoseproces bestaat uit  verschillende onderdelen zoals; oudergesprekken, leerkrachtgesprekken, observatie in diverse situaties en individueel onderzoek. Voor het zevende jaar moet men zeer voorzichtig zijn met het stellen van deze diagnose en stellen we bij De Glazen Roos geen diagnose.  

 

Begeleiding binnen de school
Begeleiding in de groep gaat uit van gedragstherapeutische principes. Dit kun je bereiken door structuur aan te bieden in de ruimte (de klas en schoolgebouw), in de activiteiten en in de interactie tussen leerkracht en leerling. Bedenk echter altijd dat structuur geen doel mag zijn, maar dat het een middel is. Uiteindelijk moet het leiden tot zelfregulatie. Daarnaast is psycho-educatie van belang. 

Structuur in de ruimte
Inrichting van het lokaal: De klas moet goed georganiseerd en voorspelbaar zijn voor het kind. Visuele ondersteuning is vaak nuttig ter ondersteuning van het dagelijkse programma.  

Basisregels
Juist voor kinderen met ADHD bieden duidelijke en eenvoudige en
consequent toegepaste regels in de klas een duidelijke structuur. Geef niet alleen aan wat er niet mag, maar ook juist wat wel gewenst gedrag is.  

Tijdsritme
Veel regelmaat. Het gebruik van een dagritme is wenselijk (eventueel
ondersteund met dagritmekaarten). 

Structuur in activiteiten
Werksituaties: Het aanbieden van korte herkenbare en concrete opdrachten, gevarieerd aanbod om de aandacht er zo optimaal mogelijk bij te houden. Vaak hebben deze kinderen veel baat bij visueel ondersteunde opdrachten. Stel tijdslimieten en controleer altijd of de (klassikaal) gegeven opdracht begrepen is.

Vrijetijdssituaties en nieuwe situaties
Vooraf moeilijke nieuwe (vrijere) situaties
doorspreken en een vast handelingsscenario doorspreken (stop-denk-doe).
Gesprekssituaties: zorg altijd voor duidelijk contact, zorg dat het kind je aankijkt, herhaal informatie en controleer of het begrepen is.  

Structuur in de benadering van het kind
Pedagogische houding en pedagogisch handelen: Probeer duidelijk het kind te onderscheiden van zijn ADHD-gedrag. Stel duidelijke grenzen en blijf altijd helder, maar blijf altijd jezelf.